Inloggen Ouderportaal
Kinderdromen

Iedereen droomt tijdens zijn slaap. Soms zijn dromen nog goed te herinneren de volgende dag, soms niet. Dromen blijkt een vast onderdeel van het slapen. Tijdens het slapen, worden fases van diepe slaap, waarin niet wordt droomt, afgewisseld met fases van lichte slaap, die vaak onrustiger zijn. Volwassenen hebben ongeveer vijf lichte slaapperiodes, waarin in totaal ongeveer twee uur per nacht wordt gedroomd.

Bij kinderen zijn de periodes van licht slapen (en dus van dromen) veel langer. Kinderen dromen dus meer en worden tijdens de lichte slaapjes ook makkelijker wakker. Een kind verwerkt in zijn droom de indrukken die het overdag heeft opgedaan. Onze hersenen gaan tijdens de lichte slaap waarin we dromen als het ware alle opgedane indrukken opruimen, sorteren, wissen en opslaan.

 

Hoe kun je hier als ouder mee omgaan?
Probeer de enge droom vanuit het kindperspectief te bekijken en bedenk daarbij dat het hebben van nare dromen een normale ontwikkeling is. Neem de angsten serieus, aangezien ze voor uw kind écht zijn. Zeg bijvoorbeeld dat je begrijpt waarom hij of zij bang is en stel je kind tegelijk gerust door te vertellen dat dit niet nodig is. Door samen te praten over de droom en het bijbehorende gevoel kun je een stuk angst wegnemen. Probeer hierbij het kind zoveel mogelijk zelf te laten vertellen. Samen kun je dingen bedenken die helpen om de droom weg te laten blijven. Belangrijk is hierbij aan te sluiten bij de interesse en de belevingswereld van het kind. Als het kind zelf een oplossing verzint, is dit vaak het meest effectief. Deze methode past binnen de ontwikkelingsgerichte werkwijze van Kern Kinderopvang, waarbij we aansluiten bij het kind en het kind ondersteunen bij het bedenken van de juiste oplossing. Zo groeit bij het kind het gevoel van zelfvertrouwen én controle over de situatie. Je kunt bijvoorbeeld samen een manier verzinnen om alle boze dromen weg te jagen, samen een dromenvanger maken en ophangen of een knuffel zoeken die steun en bescherming biedt tegen nare dromen. Enge dromen kunnen voorkomen worden door het naar bed gaan rustig en met een vast ritueel te laten verlopen; een verhaaltje lezen, favoriete knuffel mee en een kus. Het kan goed zijn om samen nog even te kletsen over de dag, zodat het kind eventuele zorgen nog kwijt kan voordat het gaat slapen en de spanning wordt weggenomen. Probeer vervolgens samen iets leuks te verzinnen om over te dromen. Wat als een kind er nu wel zichtbaar onder lijdt en er misschien meer aan de hand is, waar zou je dan naartoe kunnen als ouder? Bespreek als ouders de zorg met de pedagogisch medewerkers van de opvanglocatie. Nachtmerries kunnen een signaal zijn dat er iets is wat een kind bezighoudt. Bespreek samen met de pedagogisch medewerkers of het gedrag van het kind op de opvang en thuis veranderd is en of er iets is voorgevallen wat de reden van de nachtmerries kan zijn.

 

Dromen van volwassen, anders dan kinderdromen
Kinderen dromen op een andere manier dan volwassenen. Kinderen die heel jong zijn, zien vooral stilstaande beelden zoals een plaatje of een foto, terwijl de dromen van volwassenen zich meer als een film afspelen. Kinderen jonger dan vijf jaar komen zelf nauwelijks voor in hun eigen droom, terwijl dit bij volwassenen meestal wel het geval is. Dit komt doordat kinderen op die leeftijd nog moeite hebben om zichzelf in een vreemde situatie voor te stellen. Naarmate ze ouder worden, gaan kinderen steeds vreemdere dingen dromen. Opvallend is ook, dat kinderen in hun droom vaak erg passief zijn. Ze zijn een soort toeschouwer van de situatie.

Enge dromen
Omdat een kind in zijn droom de indrukken verwerkt die het overdag heeft opgedaan, kunnen dit ook angsten of frustraties zijn. Dat kan bij kinderen zorgen voor enge dromen. Dit is een normale ontwikkeling en komt bij ieder kind wel eens voor. Een kind in de peuter- of kleuterleeftijd kan sommige dromen als eng ervaren, omdat ze nog geen onderscheid kunnen maken tussen fantasie en werkelijkheid. In de jaren daarna worden de dromen avontuurlijker; er gebeurt meer en er komen vaker bekenden in voor. Ook voor deze leeftijd geldt dat spanningen en onbekende situaties die ’s nachts worden verwerkt, kunnen leiden tot enge dromen. Naarmate kinderen ouder worden, komen enge dromen minder vaak voor.